
Het werk van Harry de Leeuw valt onder het lyrisch realisme met als inspiratiebron landschap en architectuur. Grensgebieden als bruggen, poorten deuren en torens leveren een interessant spanningsveld tussen hier en daar, binnen en buiten of in- en uitgesloten. Door eenvoud, weinig decoraties en elementen te isoleren, komen de composities het sterkst naar voren. Het maakt het accentueren van bepaalde aspecten van zijn onderwerp mogelijk.
Alle elementen van het landschap geven hem een gevoel van vrijheid en rust. Wat aan de sfeer in het werk van de Leeuw bijdraagt is het gebruik van de rauwe giethuid van het brons.
Harry giet zijn werk zelf, waardoor hij het proces naar zijn hand kan zetten. Hierdoor heeft hij een geheel eigen handschrift ontwikkeld. De Leeuw streeft ernaar om zijn verhaal op herkenbare manier weer te geven, een sfeer, open voor eigen herinneringen en verhalen.
Harry is in 1987 afgestudeerd aan