Zolang Toine Moerbeek tekent of schildert maakt hij interieurs. De dingen in de kamer – het opengeslagen boek op tafel, de wereldbol op de piano – zijn  met elkaar in gesprek;  hij hoeft ze enkel maar aandachtig te volgen in hun conversatie om tot een beeldvertelling te komen.

Buiten, in het landschap, houdt de horizon je op afstand, maar geeft je hierdoor dat typisch ruimtelijk landschapsgevoel. Toch – en dit steeds meer – probeert hij ook buiten dicht bij de dingen te geraken en zoekt hij  in het landschap de besloten intimiteit van het interieur. Met name tuinen en trappenhuizen intrigeren hem.

De beeldvertellingen die zowel binnen als buiten voor het oprapen liggen, nemen in zijn fantasie vaak letterlijk het karakter aan van een stripverhaal. Dat wordt versterkt wanneer hij een maquette maakt van wat zich, associatief, aan zijn geestesoog voordoet, waarmee hij voor een deel de bestaande wereld nabouwt maar er een niet bestaande, of zelfs onmogelijke, aan toevoegt. Deze werkmethode leidde vanaf 1998 tot het ‘getekend feuilleton in dichtvorm’ Lucretia, waarvan vier delen verschenen bij Uitgeverij Wagner & Van Santen en twee delen bij de Stichting Kalamiteit. Dit epos over leven & kunst wordt nog dagelijks door Moerbeek aangestuurd in alle technieken die hij beheerst (waaronder muziek) en beschouwt hij dan ook als zijn levenswerk. Het interieur loopt als een rode draad door deze grote simultaanvertelling.

Eerder gepresenteerd: